4317

Vieren: Max Farasat

Elke maand spreken we een collega over vieren. We vragen de collega’s naar hoe zij vieren vormgeven met hun leerlingen of studenten, wat vieren voor hen betekent en met welke dag ze zich in het bijzonder verbonden voelen.

Max Farasat woont en werkt in Valencia. Hij studeerde religiewetenschappen en volgde daarnaast de Educatieve master Religie en Levensbeschouwing  in Leiden. Voor zijn studie deed hij veldwerk in Mexico-Stad, waar hij onderzoek deed naar de rol van religie in het dagelijks leven. Mexico maakte diepe indruk op hem. Niet alleen vanwege de religieuze tradities die hij onderzocht, maar vooral vanwege de vanzelfsprekende manier waarop mensen samenkomen. Van processies en lokale heiligen tot Día de Muertos, waarbij families de nacht bij de graven van hun overleden dierbaren doorbrengen: vieren bleek in Mexico overal, manifest bijna, aanwezig.

Max’ belangstelling voor religie ontstond al op de middelbare school. Het vak levensbeschouwing en een inspirerende docent brachten hem ertoe zich verder in religiewetenschappen te verdiepen. Tijdens zijn studie combineerde hij binnen de keuzevakken verschillende interesses, waaronder antropologie, muziekwetenschappen en Spaans. Uiteindelijk koos hij bewust voor de combinatie van religiewetenschappen en het onderwijs.

Voor zijn masterscriptie vertrok Max naar Mexico-Stad. Hij studeerde een halfjaar aan de Universidad Iberoamericana. Hij deed daarnaast onderzoek in een pueblo originario. Dat is een gemeenschap die zich sterk verbonden voelt met de periode van vóór de Spaanse overheersing. Hij wilde onderzoeken hoe religie zichtbaar wordt in het dagelijks leven. Daarbij keek hij onder meer naar de rol van ruimte en architectuur. Veel kerken in Mexico zijn gebouwd op plaatsen waar eerder inheemse tempels stonden. Max vroeg zich af of die gelaagde geschiedenis nog invloed heeft op de manier waarop mensen hun religie beleven.

Om dat te onderzoeken, trok hij de gemeenschap in. Hij interviewde bewoners en deed participerende observatie: hij bezocht feesten en processies, woonde kerkdiensten bij en ging naar bijbelcursussen. Zo kwam hij terecht in een religieuze cultuur waarin vieren een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven is.

Ieder weekend iets te vieren 

De wijk waar Max onderzoek deed, deed hem denken aan een dorp, met een eigen kerk, lokale tradities en heiligen die door de gemeenschap werden vereerd. “Bijna elk weekend is er daar een processie waarin een bepaalde heilige centraal staat.” Een van de grootste was een maandenlange processie waarbij een heiligenbeeld van de ene wijk naar de andere trok.

De katholieke traditie was er vermengd met gebruiken die volgens Max teruggingen op de periode van vóór de Spaanse overheersing. Juist rond de feesten zag hij dat bewoners verschillend dachten over wat binnen hun geloof het belangrijkst is.

“Die tweedeling was heel interessant. Mensen die heel erg voor al die feesten waren en zeiden: ‘Dat is goed, dat houdt onze tradities in stand. Het gaat eigenlijk niet zozeer om naar de mis gaan. Het gaat voor mij meer om de heiligen en om hen te vereren.’ En je had een groep die zei: ‘Nee, het is mooi dat dat bestaat. Dat mag bestaan, maar dat is niet waar het om gaat. Het belangrijkste is om naar de mis te gaan.’”

Uiteindelijk zag Max dat de groep die veel waarde hechtte aan de feesten en processies de overhand had. De kerk zelf, de oude grond waarop die staat en de lokale tradities versterkten die positie. “Ze zeiden: ‘Dit is traditie, deze kerk staat hier. Dit is oude grond. Wij zijn van voor de Spanjaarden. Dit hoort er nu eenmaal bij.’”

Wanneer de begraafplaats tot leven komt

Een van Max’ meest bijzondere ervaringen in Mexico was Día de Muertos. “Ik ben op een avond naar een begraafplaats gegaan. Het idee van het feest is dat alle overledenen voor één nacht en één dag weer in het Rijk van de Levenden komen.” Het feest werd met zorg voorbereid. “Wat gebeurt, is dat die graven worden schoongemaakt. Er worden oranje bloemetjes bij gezet, die het licht en de zon symboliseren. Er wordt eten en drinken bij de graven neergezet voor de overledenen. Soms ook alcoholische versnaperingen. Echt van alles. Het favoriete eten van de overledene. Ik heb Coca-Cola zien staan, chips, broodjes, tacos.” Het is eigenlijk een soort familiereünie, vertelt hij. “Heel de nacht wordt er rondom het graf gezeten met familieleden, waarbij muziek wordt afgespeeld, wordt gepraat, grappen worden gemaakt, kaarsjes worden gebrand. Het is heel kleurrijk. Met heel veel bloemen, heel veel lampjes en allemaal calaveras.. Dat zijn een soort doodshoofdjes, vaak gemaakt van suiker, die erbij worden gezet. De hele nacht wordt een wake gehouden. De volgende dag, na een heel korte nacht, is er een mis op de begraafplaats.” Deel zijn van hoe de mensen omgingen met hun doden maakte diepe indruk. “Het voelde echt alsof die mensen weer even tot leven kwamen. Heel anders dan in Nederland. In Nederland wordt een begraafplaats vaak als een hele plechtige plek gezien waar je stil hoort te zijn. Het was daar ook plechtig, maar dan op een feestelijke, levendige manier.” 

Opvallend is dat Día de Muertos ook in Mexico nog terrein wint, vertelt Max. Het was daar lang niet een feest van iedereen. “Voorheen was het echt iets voor lokale gemeenschappen en werd het niet door heel Mexico zo uitbundig gevierd. In Mexico-Stad wordt het elk jaar meer gevierd. Dat komt ook door de populariteit van buitenaf, door films zoals Coco en James Bonds Spectre. Nu zie je het steeds meer tot de algemene cultuur behoren en massaler gevierd worden in Mexico.”

Geen taboe

Wat Max vooral bijbleef van Día de Muertos is de ervaren aanwezigheid van de doden. Dat werd daar echt voorgeleefd. Wat in Mexico gebeurt, biedt volgens hem een natuurlijke aanleiding om met leerlingen over het onderwerp te praten en over de verschillende manieren waarop mensen ermee omgaan.

“Al die rituelen laten heel mooi zien hoe de dood onderdeel is van het leven. Ik denk dat in de westerse samenleving de dood vaak toch een beetje een taboe is. Dit feest maakt in zijn vorm de dood juist bespreekbaarder.” Daarnaast kan het feest leerlingen aan het denken zetten over de betekenis van rituelen. Wat doen mensen op belangrijke momenten in hun leven? En welke betekenis geven zij daaraan? “Het nodigt sterk uit tot een persoonlijk perspectief: welke rituelen zijn voor jou belangrijk en welke rituelen helpen jou?”

Hij herinnert zich dat het hem en medeleerlingen op de middelbare school ruimte gaf om het erover te hebben. “Ik heb op een katholieke school gezeten. Met Allerzielen brandden we altijd een kaarsje. Dan stond in de aula een grote bak en kon je een lichtje aansteken. Met het idee dat je even stil stond bij iemand die is overleden en wat die voor je betekende. Er werd best wel serieus mee omgegaan door iedereen. We vonden dat wel een mooi gebaar.”

Opgenomen voelen

Día de Muertos was niet het enige dat Max uit Mexico sterk bijbleef. Misschien nog sterker was de manier waarop hij werd opgenomen in het sociale leven. Hij was er van augustus tot december, precies in een periode waarin vrijwel voortdurend iets te vieren was: van de onafhankelijkheidsviering in september en Día de Muertos tot Las Posadas (‘een soort Advent’) en Kerstmis. In het begin vroeg hij zich af wat hij als buitenlander met al die feesten moest. Die twijfel verdween snel toen mensen hem uitnodigden om mee te vieren. “Juist doordat ik door heel veel mensen werd uitgenodigd voor die feesten, voelde dat als een warm bad. Je voelt je er echt bij horen als je wordt uitgenodigd voor een feest als Día de Muertos.” Hij werd zelfs regelmatig uitgenodigd voor verjaardagen van mensen die hij nauwelijks kende. In Nederland zou dat misschien ongemakkelijk voelen, vertelt hij. In Mexico was het juist een manier om elkaar te leren kennen: “‘Oh, we kennen elkaar niet,’ zeiden ze, ‘Nou, dan gaan we elkaar leren kennen.’” 

Mexico heeft Max niet alleen als onderzoeker geraakt, maar ook op persoonlijk vlak. Hij maakte er vrienden met wie hij nog altijd contact heeft en hoopt binnenkort naar Mexico terug te keren. Van hen leerde hij dat vieren meer is dan het in stand houden van een traditie of het uitvoeren van een religieus ritueel. Het betekent een gemeenschap vormen en een gast werkelijk deel laten uitmaken van die gemeenschap. 

Banner kaarsen: rorozoa via Magnific. Overig beeldmateriaal: Max Farasat.

Overig nieuws

Lessen ontwikkelen die echt gebruikt gaan worden

Studiedag 2027: Mens waar ben je? LG en kunst

De lespraktijk van Marcel Elsenaar en Janne Nouta

Vooraankondiging studiedag: dinsdag 16 maart 2027

Twee gratis webinars

Call voor deelname: Leernetwerk Levensbeschouwing, Religie & Burgerschap

Boekbespreking: Brieven aan mijn leraar

Tweede versie concept kerncurriculum gereed

Handvatten bij de start van het nieuwe schooljaar

Boekbespreking: Ik hou van mij

Vaknieuws

Didactische suggesties

Boekbespreking: Beste meneer Simons

Bouwen, gereedschapskisten en taalverwarring

Nieuwe tweede hoofdredacteur Narthex

Docenten gezocht voor focusgroepen over tweede conceptversie kerncurriculum L&R

Oproep Narthex: fotografen

Een goed LG-jaar

Contributie-betaling schooljaar 2026-2027

Ready, set, levo