2148448111

Boekbespreking Binnen de kaders & buiten de lijntjes

Dimitri van Dillen (2026). Binnen de kaders & buiten de lijntjes. Hoe sluiten wij aan bij de belevingswereld van de student van nu?! BOOM.

Dimitri van Dillen was leraar van het jaar in het mbo in 2022-2023. Met zijn boek zoekt hij de rek om aan te sluiten bij de belevingswereld van de student (lees hier ook gerust: leerling) van nu. Hij beweegt tussen wat doorgaans gebeurt en verder mogelijk is. Kaders sluiten geen nieuwe lijntjes uit. In twintig hoofdstukken doet hij verslag van zijn eigen ontdekkingen in de begeleiding van studenten. Hij raakt hierbij aan didactiek en beredeneerde inzet van technologie (die je overigens ook maar weinig kan scheiden anno vandaag). 

In het boek onderzoekt hij hoe we de aansluiting kunnen maken zonder dat het geforceerd en onnatuurlijk wordt en zichzelf teniet doet. De aansluiting hoeft niet altijd de actualiteit of leefwereld van de student te zijn. Die kan vooral ook sterk in de relatie liggen. Een sterk voorbeeld hiervan is je plaats als docent-expert afstaan aan leerlingen. Waarbij je leerlingen uit eigen ervaring het verhaal laat doen en als docent een andere rol kiest. Je faciliteert de leerling in de expertrol of begeleidt vooral het gesprek. Ook kan de aansluiting liggen in een andere regie voeren. Leerlingen uitnodigen om meer keuzes te maken in inhouden, volgorden en tijd(stip). Van Dillen staat voor co-creatie op twee niveaus: van docenten en van leerlingen. Het eerste is voorwaardelijk: de leraren die niet zelf ervaren hoe verrijkend nauw samenwerken is, staan op achterstand bij het uit handen geven van regie aan leerlingen en het bevorderen van co-creatie door leerlingen. 

Een mooi inzicht in het boek is het geheugen van de klas. Betrokkenheid ontstaat als een leraar dat collectief bewaarde reservoir op de goede momenten weet aan te spreken. Van Dillen wijst op de robuustheid van de relatie. Het is niet een soft geheel. Relatie kan heel goed bestaan uit strikt en nabij zijn. 

Een ander belangrijk gegeven, we kennen het, maar passen we het toe, is de ‘fout als brandstof’. Niet alleen in een sterke feedbackcultuur kunnen leerlingen gericht leren als ze worden gewezen op wat ze kunnen verbeteren. Ook in een oefencultuur waar de fout welkom is, wordt de ontwikkeling enorm bevorderd. Van Dillen meent dat leraren ook de faalkunst moeten verstaan (en hierin voorbeeld mogen zijn). Het falen (bij gebrek aan een beter woord) moet een beredeneerde plek krijgen, net als activerende didactiek en technologie. Want de paradox van perfectie (als dat norm is) sluit tenslotte het leren uit. We zijn faalangstig en laten niets meer van ons leerproces zien. 

Technologie, waarvoor Van Dillen in de praktijk en het boek veel ruimte vrijmaakt, buiten de deur houden is een verloren race. Bij het vak levensbeschouwing / godsdienst is het een veelgestelde vraag welke rol technologie daar kan vervullen. Veel collega’s huldigen het standpunt dat dit vak juist een heel andere aard heeft. Het gaat om verstilling, offline, in lijn met elkaar zijn. Anderen vullen dat standpunt aan met een roep om beelddidactiek. Het vak kan dienstdoen om een kritische, ontvankelijke blik te ontwikkelen bij actualiteit, beeldcultuur en filmkunst. Iemand zei eens dat het vak in elk geval typisch een plaats is om het gesprek te voeren over hoe we ons als mens tussen de technologische systemen bewegen. Ik ben benieuwd tot welke slotsom andere lezers die dat vak geven komen bij het boek van Van Dillen. 

Een laatste aspect dat ik uit zijn boek wil noemen, is de grenzeloze school. In de literatuur wordt steeds meer over naadloze (seamless) leeromgevingen gesproken. De wereld rammelt stevig aan je curriculum. Is het niet door geopolitiek en de mens- en wereldbeelden die hierbij worden aangegrepen, danwel door de vele alternatieve kanalen die leerlingen tot zich nemen om de wereld te verstaan. Bovendien is de opdracht (ook aan het onderwijs) steeds meer om niet alleen duurzaam (behoudend wat er is) maar ook regeneratief (actief vitaliseren van de wereld om ons heen) te zijn. Van Dillen snijdt die opdracht even over de helft van het boek aan, maar feitelijk is die impliciet in het hele boek aanwezig. 

Sluit ik af met het feit dat Van Dillen naast technologie als bondgenoot ook het narratief leren duidelijk als een aspect van ‘onderwijs van nu’ noemt. in een wereld die omvalt van de verhalen (we streamen ons rot) is het belangrijk studenten en leerlingen te leren navigeren in een wereld van verhalen. Die buitelen vaak genoeg over elkaar heen als het gaat om wie gelijk heeft over de wereld. Het is zaak studenten en leerlingen narratief uit te rusten zodat ze niet over de wereld struikelen.   

Het boek van Van Dillen is rijk. Hij stipt veel inhoud kort aan, waarmee ik niet wil zeggen dat hij het tekort doet. Het is vooral een boek dat je de mogelijkheden geeft met de goede reflectievragen die hij stelt een tijdje (met collega’s, co-creëer!) onderzoekend aan het werk te gaan met een thema als samenwerkend leren, technologie, AI, leercultuur, toekomstdenken, kwetsbaarheid en jouw eigen ‘stille handtekening’ die in je lesgeven te vinden is. 

Pieter Snel

Pieter Snel is lerarenopleider levensbeschouwing bij een pabo.  

beeld: Magnific

 

Overig nieuws

Boekbespreking Leren met Hoofd, Hart & Handen

Boekbespreking De docent is ook maar een mens

Narthex 2026.3 over het lichaam

Kennismaken met onderzoek van CRiPS

De familiemusical Franciscus

Hajar Fargan: ‘Ik wil zo graag kunnen geloven’

Studiedag 2027: Mens, waar ben je? LG en kunst

Vieren: Max Farasat

Lessen ontwikkelen die echt gebruikt gaan worden

Interviews over LG en kunst

De lespraktijk van Marcel Elsenaar en Janne Nouta

Vooraankondiging studiedag: dinsdag 16 maart 2027

Twee gratis webinars

Call voor deelname: Leernetwerk Levensbeschouwing, Religie & Burgerschap

Boekbespreking: Brieven aan mijn leraar

Tweede versie concept kerncurriculum gereed

Handvatten bij de start van het nieuwe schooljaar

Boekbespreking: Ik hou van mij

Vaknieuws

Didactische suggesties