Collage

De lespraktijk van Marcel Elsenaar en Janne Nouta

Marcel Elsenaar nam geruime tijd de hoofdredactie van Narthex op zich. De laatste periode werkte hij samen in een duo-hoofdredacteurschap met Gemme Burger. We zijn Marcel zeer dankbaar voor zijn grote inzet voor Narthex en de nieuwe impulsen die hij het vakblad gaf. Ter gelegenheid van zijn afscheid bij Narthex spraken we hem. Marcel gaf er de voorkeur aan dat interview samen te doen met Janne Nouta, vakdidacticus voor ons vak bij de Rijksuniversiteit Groningen en betrokken bij vormingsonderwijs. Marcel en Janne werkten samen aan de professionalisering van leraren van ons vak in Groningen en omgeving.

Het vak levensbeschouwing staat onder druk en lijkt tegelijkertijd relevanter dan ooit. Jongeren groeien op in een wereld waarin online media, polarisatie, kunstmatige intelligentie en voortdurende informatiestromen hun dagelijks leven bepalen. Juist in die werkelijkheid zoeken scholen naar manieren om ruimte te maken voor vragen die niet met één klik te beantwoorden zijn: vragen over identiteit, betekenis, verbondenheid en verantwoordelijkheid. Voor Janne Nouta en Marcel Elsenaar vormt dat precies de kern van hun werk.

Hoewel zij verschillende functies vervullen, delen zij dezelfde overtuiging: levensbeschouwelijk onderwijs is veel meer dan kennis over religies of levensbeschouwelijke tradities. Het is een vak waarin leerlingen zichzelf en anderen beter leren begrijpen, waarin nieuwsgierigheid wordt geoefend en waarin ruimte ontstaat om gezamenlijk na te denken over wat het betekent mens te zijn.

Janne Nouta werkt sinds augustus vorig jaar als vakdidacticus godsdienst/levensbeschouwing aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast begeleidt zij vanuit het vormingsonderwijs docenten in Noord-Nederland. Marcel Elsenaar begeleidt vanuit Verus scholen en secties levensbeschouwing en godsdienst bij identiteitsontwikkeling, curriculumvernieuwing en vakontwikkeling. Een aantal jaren was hij bovendien hoofdredacteur van vakblad Narthex. Janne en Marcel werkten samen aan een docentenmiddag voor docenten levensbeschouwing/godsdienst in Groningen. In een gezamenlijk gesprek blikken zij terug op hun eigen ontwikkeling, maar vooral vooruit: naar de toekomst van een vak dat volgens hen juist nu onmisbaar is.

Marcel: ‘Wat er eigenlijk nodig is, is dat mensen binnen een sectie elkaar opnieuw ontmoeten…”

Nieuw momentum

Marcel merkt dat veel scholen opnieuw op zoek zijn naar hun identiteit. Waar de afgelopen jaren vaak de nadruk lag op organisatie en rendement, ontstaat volgens hem steeds vaker behoefte aan een dieper gesprek. ‘Er lijkt een nieuw momentum te zijn. We moeten het over bepaalde diepere vragen hebben. We kunnen het niet meer allemaal organisatorisch oplossen.’ Dat merkt hij ook tijdens de begeleiding van secties. Zo’n traject gaat volgens hem veel verder dan het aanpassen van een vakleerplan of het formuleren van nieuwe leerdoelen. ‘Wat er eigenlijk nodig is, is dat mensen binnen een sectie elkaar opnieuw ontmoeten, kennis krijgen van elkaars achtergrond en samen nadenken over wat ze leerlingen werkelijk willen meegeven.’

Ook Janne ervaart dagelijks hoe belangrijk die gezamenlijke bezinning is. In haar werk aan de universiteit begeleidt zij studenten die zich voorbereiden op het leraarschap. Juist daar ontstaat ruimte om de persoon van de leraar, vakinhoud en praktijk voortdurend met elkaar te verbinden. ‘Je gaat echt de diepte van de vakinhoud in en je maakt natuurlijk constant die koppeling naar de praktijk. Wat kun je ermee? Hoe kun je het doen? En ook bespreek je dat er niet één manier is. Daarover ga ik met de studenten in gesprek.’

De weg naar het onderwijs

Voor Janne begon haar belangstelling voor levensbeschouwing al vroeg. Aan de keukentafel thuis waren religie, geloof en maatschappelijke vragen regelmatig onderwerp van gesprek. ‘Wij hadden het hier thuis vaak over. Waarom zijn er zoveel oorlogen in naam van religie? Dat intrigeerde me enorm.’ Die nieuwsgierigheid is nooit verdwenen. Nog steeds vormen de overtuigingen en levensverhalen van anderen haar grootste inspiratie. ‘Ik vind het nog steeds fascinerend wat andere mensen beweegt. Hun levensbeschouwing, hun perspectieven, hun manier van leven en zingeving, hun vragen, maar ook hun handelen.’ Een studie religiewetenschappen lag daarom voor de hand. Het onderwijs kwam aanvankelijk vooral op haar pad omdat daar de meeste mogelijkheden lagen. Maar gaandeweg veranderde een praktische keuze in een diepe overtuiging. ‘Ik ben het onderwijs helemaal gaan omarmen. Er gebeurt daar zoveel. Het is zo cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen, leerlingen en jongeren. Voor de toekomst van de maatschappij. Hoe kun je de aandacht voor levensbeschouwing en religie eigenlijk niet doen?’

Marcel bewandelde een heel andere route. Als kind bracht hij veel tijd door in het ziekenhuis. Achteraf ziet hij hoe bepalend die periode is geweest. ‘Ik heb gehoord dat ik als kind in het ziekenhuis langs andere kinderen ging om verhalen te vertellen. Ik denk dat ik daardoor al jong geconfronteerd werd met mijn eigen binnenwereld.’ Verhalen werden voor hem een manier om betekenis te geven aan ervaringen. Later speelde ook de pastoor uit zijn dorp een belangrijke rol. Marcel voelde zich door hem gezien en serieus genomen. Toch koos hij na de middelbare school niet voor theologie, maar voor de hogere hotelschool. ‘Ik wilde feestjes organiseren waar mensen het goed hebben met elkaar,’ vertelt hij met een glimlach.

Een beslissende wending kwam tijdens een stage in Parijs. Hij verbleef die tijd in een katholiek missiehuis waar pater Harry een gemeenschap vormde voor Nederlandse studenten en au pairs. Tijdens een autorit naar Taizé ontstond een gesprek over geloof. Eén uitspraak van de pater is Marcel nooit meer vergeten. Hij beantwoordde een vraag over God met: ‘Als ze in Rome zeggen dat het allemaal waar is, prima. Maar als je het mij vraagt, dan is God de verzameling van de lichtjes in de ogen van alle mensen.’ Die woorden raakten hem diep. ‘Dat zinnetje raakte zo’n snaar van herkenning. Daar gaat het mij bij feestjes organiseren ook om: dat die lichtjes meer gaan stralen.’

Janne:  “Blijf nieuwsgierig. Dat is niet een eenvoudige opdracht, maar wel een hele belangrijke.”

Niet veel later meldde hij zich bij de Sint Paulusabdij in Oosterhout. Even overwoog hij zelfs in te treden. Uiteindelijk adviseerden de monniken hem eerst zijn opleiding af te maken. Daarna koos hij voor theologie. Via een stage kwam hij terecht op het Ignatiusgymnasium in Amsterdam. Toen daar een docent vertrok, solliciteerde hij naar die vacature.  ‘Toen ik aangenomen was dacht ik: o jee, ik kan wel solliciteren, maar kan ik ook lesgeven?’ Het antwoord kreeg hij onverwacht van drie leerlingen uit klas vier, die hem aanboden hem te coachen. ‘Dat heeft mij heel veel geholpen, maar is ook de basis geweest van waar ik nog steeds helemaal achter sta: onderwijs is iets wat je doet met leerlingen. Je hebt hun blik nodig. Hun stem. Hun nieuwsgierigheid. Anders gaan ze het onderwijs ondergaan.’ Ook Janne benadrukt dat onderwijs, zeker levensbeschouwing, altijd moet beginnen bij de werkelijkheid waarin leerlingen leven. ‘Wat speelt er in de actualiteit? Wat speelt er in de wereld van leerlingen en studenten? Hoe kunnen we daar zinvolle lessen van maken?’ Volgens haar vraagt dat van docenten een houding die misschien wel belangrijker is dan alle vakinhoud bij elkaar. ‘Blijf nieuwsgierig. Dat is niet een eenvoudige opdracht, maar wel een hele belangrijke.’ Die nieuwsgierigheid vraagt tegelijk om veiligheid. ‘Zorg voor een stukje veiligheid en geborgenheid, dat het oké is hoe iedereen in de klas erin staat.’

Een wereld zonder gedeeld vertrekpunt

Juist die veiligheid is volgens Marcel belangrijker geworden dan ooit. Waar leerlingen vroeger vaak nog een gedeeld cultureel of religieus referentiekader hadden, ontbreekt dat tegenwoordig grotendeels. Hij verwijst naar Bert Roebben, die spreekt over een hermeneutische storm. Marcel: ‘Leerlingen komen binnen zonder een gemeenschappelijk idee over waar dit vak over gaat en wat het met hun leven te maken heeft.’ Dat betekent dat de docent niet meer kan uitgaan van vanzelfsprekende voorkennis. ‘Je kunt niet meer beginnen vanuit een aantal fundamenten die er al liggen. Je moet leerlingen eerst betrekken bij het idee waar dit vak eigenlijk over gaat.’ Volgens Marcel werkt daarom ook een klassieke benadering steeds minder goed. ‘Je kunt niet zeggen: dit zijn de grote levensvragen en daar gaan we het nu over hebben. Die benadering werkt niet. Leerlingen ervaren vaak helemaal geen levensvraag.’ In plaats daarvan pleit hij ervoor om samen verhalen te verkennen. ‘Je moet beginnen met de vraag: wat hebben die verhalen eigenlijk te vertellen? Welke vragen roepen ze op? Je moet eigenlijk met elkaar common ground creëren. Er zijn vragen in het leven waar we het misschien niet zo vaak over hebben, maar we zijn niet de eersten die die vragen hebben.’ Hij gebruikt daarvoor graag een beeld van Augustinus. ‘Onderwijs geven is eigenlijk alsof je met leerlingen door de stad loopt en ze wijst op bepaalde dingen die ze nog niet kunnen zien of waar ze nog geen vragen bij hebben.’ Dat beeld raakt voor hem de essentie van goed onderwijs. ‘Je loopt dus ook naast ze en je staat niet tegenover ze.’

Janne: “We zitten vaak in het alledaagse, maar hiermee overzie je je eigen leven even.”

De mooiste lessen beginnen met nieuwsgierigheid

Wanneer het gesprek gaat over concrete lessen, blijkt hoe sterk de onderwijsvisie van Janne en Marcel is verankerd in de praktijk. Beiden noemen werkvormen waarin leerlingen niet vooral informatie reproduceren, maar zelf betekenis geven aan ervaringen, verhalen en vragen. Janne vertelt over een eenvoudige opdracht die zij samen met collega’s ontwikkelde. Studenten krijgen een stuk rood garen en leggen daarin drie knopen. Elke knoop staat voor een moment dat van betekenis is geweest in hun leven. ‘Bij elke knoop denk je na waarom dit een cruciaal moment in je leven was, welke keuzes belangrijk waren.’ De opdracht lijkt eenvoudig, maar brengt veel in beweging. Studenten kijken terug op hun eigen levensverhaal en ontdekken dat ervaringen pas betekenis krijgen wanneer je er bewust bij stilstaat. ‘Je denkt na over je persoonlijke perspectief. Daar kun je vervolgens over in gesprek gaan. Daar kun je bronnen aan koppelen.’ Juist dat vertragen vindt zij belangrijk. ‘We zitten vaak in het alledaagse, maar hiermee overzie je je eigen leven even.’

Ook buiten het klaslokaal ziet zij talloze mogelijkheden om levensbeschouwing tastbaar te maken. Een wandeling langs straatnaamborden, een bezoek aan een begraafplaats, kerk of moskee: overal liggen verhalen verscholen die leerlingen uitnodigen om anders naar hun omgeving te kijken. Zulke ervaringen blijven volgens haar veel langer hangen dan een hoofdstuk uit een leerboek.

Voor Marcel vormen films al jarenlang een belangrijk vertrekpunt. Niet omdat films antwoorden geven, maar omdat ze vragen oproepen. ‘De film The Matrix confronteerde leerlingen met een manier van denken die ze totaal nog niet snapten, maar die wel veel in beweging bracht.’ Nog grotere indruk maakte een lessenserie rond de film Good Will Hunting. Na afloop kwam een leerling met een onverwacht voorstel. ‘Meneer, kunnen we niet eens praten over een belangrijke verandering in ons eigen leven?’ Marcel aarzelde aanvankelijk. Toch besloot hij het experiment aan te gaan. ‘Dat werd toen een lessenserie waarvan ik dacht: wow, wat zij zelf naar voren brengen hoef ik niet allemaal uit te leggen. Het enige wat nodig was, was een veilige ruimte waarin die gesprekken konden plaatsvinden.’ Die ervaring bevestigde voor hem opnieuw dat goed onderwijs niet begint met uitleg, maar met luisteren.

Een tweede werkvorm groeide uit tot een klassieker: Bureau Reli-reis. Leerlingen richtten een fictief reisbureau op en kregen aanvragen van denkbeeldige klanten (Marcel bedacht ze) die een reis wilden maken naar een cultuur of land waarin een bepaalde religie centraal stond. ‘De leerlingen moesten een reis op maat ontwerpen. Inclusief verblijf, programma, achtergronden en cultuur.’ Het resultaat was volgens hem veel rijker dan traditioneel onderwijs. ‘Leerlingen konden hun eigen nieuwsgierigheid volgen. Ze wilden een goede reisgids maken. Daardoor gingen ze vanzelf veel meer leren.’

Marcel: “Het leslokaal is voor mij een plek waar we het oordeel even opschorten.”

Nieuwsgierigheid als pedagogische houding

Het woord dat tijdens het hele gesprek steeds terugkeert, is nieuwsgierigheid. Als grondhouding van de docent. Voor Janne is nieuwsgierigheid misschien wel de belangrijkste professionele eigenschap die een docent levensbeschouwing kan bezitten. Zeker nu jongeren een groot deel van hun leven online doorbrengen, is het volgens haar belangrijk dat docenten niet te snel oordelen over een wereld die zij zelf vaak minder goed kennen. ‘Misschien is die wereld niet jouw wereld. Maar blijf nieuwsgierig naar wat daar gebeurt.’ Die houding geldt volgens haar ook voor nieuwe ontwikkelingen als AI. Veel scholen worstelen met vragen over toetsen, leren en eigenaarschap. Janne: ‘Dit vraagt een nieuwe manier van omgaan met wat er echt toe doet en hierover moeten we binnen (en buiten) de scholen met elkaar in gesprek.’

Dat betekent dat docenten zich opnieuw moeten afvragen wat leerlingen werkelijk nodig hebben en welke vragen het vak levensbeschouwing juist in dit tijdperk kan helpen stellen. Marcel ziet nieuwsgierigheid als een krachtig antwoord op polarisatie en snelle meningsvorming. ‘Het leslokaal is voor mij een plek waar we het oordeel even opschorten.’ In een tijd waarin leerlingen via sociale media voortdurend worden bevestigd in hun eigen gelijk, is de klas volgens hem een van de weinige plekken waar werkelijk onderzocht kan worden hoe verschillend mensen naar dezelfde werkelijkheid kijken. Dat vraagt veel van een docent. ‘Je moet veiligheid creëren. Je moet zorgen dat leerlingen ervaringen kunnen delen zonder direct beoordeeld te worden.’ Juist daarin ziet hij de pedagogische opdracht van levensbeschouwelijk onderwijs.

Meer dan religie

Tijdens het gesprek benadrukt Marcel meerdere keren dat levensbeschouwing niet mag worden gereduceerd tot kennis over georganiseerde religies. Juist de cultuur waarin leerlingen dagelijks leven verdient aandacht. Geïnspireerd door betekeniseconoom Kees Klomp begon hij economie te analyseren alsof het een religie was. ‘Wat is de bijbel van die religie? Wie zijn de priesters? Wat zijn de rituelen?’ Door zulke vragen te stellen, ontdekken leerlingen dat ook moderne samenlevingen hun eigen overtuigingen, rituelen en vanzelfsprekendheden kennen.  Zo’n benadering helpt leerlingen om kritisch naar hun eigen cultuur te kijken. ‘Je opent daarmee echt hun ogen.’  

Een vak dat niet in de marge hoort

Ondanks hun enthousiasme maken beiden zich zorgen over de positie van het vak. Op veel scholen staat levensbeschouwing sterk op zichzelf of zelfs wat aan de rand van het curriculum, terwijl juist dit vak volgens hen raakt aan de kern van onderwijs. Janne formuleert dat zonder omwegen. ‘Hoe vaak is levensbeschouwing niet een vak in de marge, terwijl het juist zo belangrijk is?’ Voor haar gaat het vak over vragen die ieder mens raken. ‘Het gaat over identiteit. Over zingeving. Over hoe je in de wereld staat. Dat zou niet iets moeten zijn van: o ja, dat hebben we ook nog.’ Marcel ziet tegelijkertijd kansen. De nieuwe kerndoelen stimuleren scholen opnieuw na te denken over wat zij leerlingen werkelijk willen meegeven. Volgens hem is dit hét moment waarop levensbeschouwing zichtbaar kan maken hoe wezenlijk het vak is voor de vorming van jongeren. Hij probeert daarom in zijn begeleiding steeds verbinding te leggen tussen schoolleiding, docenten en de identiteit van de school.  

Samen blijven leren

Aan het einde van het gesprek verschuift de aandacht naar de toekomst. Welke vragen houden hen zelf bezig? Voor Marcel staat één vraag centraal. ‘Hoe richten we goede ruimtes in om samen te leren en mee te veranderen met wat deze tijd vraagt en wat leerlingen nu van ons nodig hebben?’ Ook docenten blijven leerlingen: mensen die samen zoeken naar nieuwe antwoorden op nieuwe vragen. Voor Janne ligt de nadruk op dezelfde voortdurende beweging. De wereld verandert snel, jongeren groeien op in nieuwe digitale werkelijkheden en ontwikkelingen als AI stellen het onderwijs voor nieuwe uitdagingen. Dat vraagt volgens haar niet om minder, maar juist om méér aandacht voor levensbeschouwing. Want uiteindelijk draait het vak niet om het reproduceren van kennis over religies of tradities. Het gaat om het ontwikkelen van een houding waarmee leerlingen zichzelf, anderen en de wereld leren verstaan. Daarin ontmoeten Janne Nouta en Marcel Elsenaar elkaar volledig. Voor beiden begint goed onderwijs niet bij een methode of een curriculum, maar bij echte nieuwsgierigheid. Bij de bereidheid om vragen open te houden. Om verhalen met elkaar te delen. Om leerlingen serieus te nemen in wat hen bezighoudt.

Overig nieuws

Vooraankondiging studiedag: dinsdag 16 maart 2027

Twee gratis webinars

Call voor deelname: Leernetwerk Levensbeschouwing, Religie & Burgerschap

Boekbespreking: Brieven aan mijn leraar

Tweede versie concept kerncurriculum gereed

Handvatten bij de start van het nieuwe schooljaar

Vaknieuws

Didactische suggesties

Boekbespreking: Beste meneer Simons

Bouwen, gereedschapskisten en taalverwarring

Nieuwe tweede hoofdredacteur Narthex

Docenten gezocht voor focusgroepen over tweede conceptversie kerncurriculum L&R

Oproep Narthex: fotografen

Een goed LG-jaar

Contributie-betaling schooljaar 2026-2027

Ready, set, levo

Uitgelicht artikel: Vorming in kaart

Interviews over zingeving en kunst

Afsluiting in de abdij van Berne

Nieuwe website