Vorming in kaart
Marietje Beemsterboer, Peter Elshout en Eline Veldt schreven in het jongste nummer van Narthex een inleiding op hun artikel Vorming en onderwijs. We bieden zowel hun inleiding als hun artikel open access aan. De auteurs zijn alle drie docent levensbeschouwing en als onderzoeker verbonden aan Lectoraat De Pedagogische Opdracht van Hogeschool Inholland. In hun artikel beschrijven ze hoe de verschillende vormingsgebieden zich tot elkaar verhouden.
Vorming in kaart. Over persoonsvorming, levensbeschouwing, burgerschap en sociaal-emotionele ontwikkeling
Bij de pabo’s van Inholland vinden we vorming een belangrijk onderwerp. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de aandacht die onderwerpen als persoonsvorming en burgerschapsvorming krijgen in het nieuwe curriculum dat sinds 2025 op alle pabo’s gebruikt wordt. We gaan ervan uit dat aanstaande leerkrachten niet alleen de taak hebben om kennis en vaardigheden over te brengen maar dat het ook de bedoeling is dat ze hun leerlingen ‘vormen’. Zelfs als scholen zich daar niet verantwoordelijk voor zouden voelen, vindt die vorming nog steeds plaats. Want iedere leerkracht laat op allerlei momenten van de dag aan kinderen weten welk gedrag gewenst is, en welke waarden belangrijk zijn.
Juist doordat het onderwerp zo’n belangrijke plaats in het curriculum gekregen heeft, komen er bij studenten, docenten en werkveldpartners van Inholland ook allerlei vragen naar boven. Eén van de meest fundamentele vragen is: Waar hebben we het eigenlijk over als we spreken over vorming? Gaat het om specifieke activiteiten of bepaalde doelen? Doelen we op vakgebieden zoals sociaal-emotionele vorming of levensbeschouwing? En hoe verhouden die vormingsgebieden zich eigenlijk tot elkaar? Bedoelen we met persoonsvorming hetzelfde als met burgerschapsvorming bijvoorbeeld?
Voordat we andere grote vragen over vorming kunnen beantwoorden (Hoe werkt vorming bijvoorbeeld? Is het meetbaar? Is het de taak van de school?), moeten eerst dit soort de conceptuele vragen beantwoord worden. In een uitgebreider artikel hebben we deze vragen verkend en geprobeerd meer helderheid te bieden. Dat artikel is online te vinden via de website van Narthex en vormt de achtergrond bij deze bijdrage.
Wat bedoelen we met vorming en met vormingsgebieden? Daarbij is het belangrijk om te erkennen dat deze begrippen verre van eenduidig gebruikt worden. Wat de ene school ‘persoonsvorming’ noemt, heet elders ‘sociaal-emotionele ontwikkeling’. De ene student spreekt over ‘identiteitsvorming’, terwijl een ander het heeft over ‘levensbeschouwing’. En in de academische wereld circuleren weer andere termen, zoals ‘subjectificatie’ of ‘bildung’ (Biesta, 2022; Dohmen, 2022).
We hebben dus te maken met een talige wildgroei van eeuwen, die ook nog eens wortelt in verschillende disciplines zoals pedagogiek, psychologie en filosofie. Het is niet ons doel iets aan deze jungle van betekenissen te veranderen. Dat zou nogal een opgave zijn. Wat we wél proberen, is er structuur in aan te brengen. We doen dat door een ‘kaart’ te maken van het terrein. Zo’n kaart is altijd een versimpeling van de werkelijkheid, maar juist die versimpeling kan helpen om je weg te vinden.
Zo zou ons artikel ook gelezen moeten worden: als een hulpmiddel om, ondanks de verschillende ideeën en taal rond vorming, toch met elkaar in gesprek te kunnen gaan. In ons artikel brengen we daarom twee soorten grenzen in kaart: de buitengrenzen en de binnengrenzen van vorming.
We spreken over vorming als er sprake is van blijvende invloed op kenmerkende eigenschappen van leerlingen (zie: Elshout, De Ruyter & Enthoven, 2025). Deze brede definitie vormt de buitengrens van het begrip. Een behulpzame metafoor is die van boetseren: er is materiaal (de kenmerkende eigenschappen van leerlingen) dat op allerlei manieren een bepaalde vorm krijgt. Die vorm is blijvend zichtbaar (wat je doet met de klei, blijf je zien), en ontstaat altijd in relatie tot iets of iemand. Die invloed kan bewust of gepland zijn, maar ook impliciet of toevallig. Een leerkracht of docent kan met woorden grote invloed hebben, positief of negatief. Maar ook gebeurtenissen of interacties met andere leerlingen kunnen vormend zijn.
Bij het verkennen van deze buitengrens helpt het om het begrip ‘vorming’ te vergelijken met ‘onderwijs’. Onder ‘onderwijs’ verstaan we alle zaken waaraan planmatig of intentioneel gewerkt wordt op scholen. De lessen die we hebben ingepland, doelen en didactische keuzes; alles wat we als docent en leerkracht bewust doen om leerlingen bepaalde dingen te leren. Vorming is breder dan dat. Daaronder vallen ook al die dingen die wel vormend zijn voor een leerling, maar die niet gepland of bedoeld zijn. Leerlingen leren bijvoorbeeld hoe je vrienden maakt of valsspeelt op het plein. Ze worden bang voor spreken in het openbaar of leren juist doorzetten tijdens hun spreekbeurt. Allerlei zaken die niemand had gepland, maar die wel gebeuren; die vormend zijn.
Tegelijkertijd is vorming ook smaller dan onderwijs. Niet alles wat we onderwijzen is gericht op vorming. Soms wil je simpelweg kennis overbrengen of vaardigheden aanleren, hoewel je ook dan onbewust leerlingen kunt vormen natuurlijk. Maar niet al ons onderwijs is gericht op vorming. Veel lessen en activiteiten veranderen niets aan de kenmerkende eigenschappen van leerlingen en zijn ook niet zo bedoeld.
Binnen deze grenzen van vorming, onderscheiden we verschillende vormingsgebieden. Soms gaat het om levensbeschouwelijke vorming, en soms om sociaal-emotionele vorming. Hoewel deze ‘vormingsgebieden’ overlappen, hebben ze ieder ook hun eigen kenmerken. In het volledige artikel werken we vier van deze gebieden verder uit: sociaal-emotionele vorming, levensbeschouwelijke vorming, burgerschapsvorming en persoonsvorming.
Wie verder wil lezen en deze ‘kaart’ van vorming uitgebreider wil verkennen, nodigen we van harte uit om het volledige artikel te raadplegen: Artikel Vorming en onderwijs
Bronnenlijst
Biesta, G. (2022). Wereldgericht onderwijs. Phronese.
Dohmen, J. (2022). Iemand zijn. Ambo/Anthos.
Elshout, P., De Ruyter, D., & Enthoven, M. (2025). Persoonsvorming op school: een conceptuele analyse. Pedagogische Studiën, 102(2), 191-215.
afbeelding: pch vector via Magnific