Blog: De leerlingen die me het meest leerden
Het is juni. Over een paar weken rond ik mijn zij-instroommaster aan de Radboud Docenten Academie af. En niet veel later eindigt ook mijn tweede schooljaar als docent levensbeschouwing. Dat maakt deze periode bijna vanzelf tot een moment van terugkijken. Wat heb ik geleerd? Waar liep ik vast? En wie ben ik als docent aan het worden?
Toen ik twee jaar geleden begon als docent levensbeschouwing, dacht ik dat ik wel ongeveer wist waar ik aan begon. Ik werkte immers al jarenlang als geestelijk verzorger. Gesprekken voeren over levensvragen, mensen begeleiden bij verlies, geloof, identiteit en zingeving: dat deed ik dagelijks. Bovendien liep ik in de periode voordat ik docent werd een dagdeel per week mee met een collega. Dankzij Feike ontdekte ik hoe mooi het onderwijs kan zijn. Ik keek mee bij zijn lessen, zag de gesprekken die ontstonden en raakte steeds enthousiaster over het vak.
Toen de kans zich voordeed, ging ik het avontuur aan. De opleiding tot docent stelde ik nog een jaar uit. De mantelzorg voor mijn moeder vroeg veel aandacht en bovendien wilde ik eerst ervaren of het onderwijs echt bij mij paste. Daardoor stond ik mijn eerste jaar onbevoegd voor de klas.
Achteraf denk ik dat het eerder overmoedig dan moedig was. Onervaren én onbevoegd voor een klas staan is namelijk echt next level. Een dagdeel meekijken in de klas van een ervaren collega is iets heel anders dan zelf alleen voor een klas staan. Zelf de verantwoordelijkheid dragen. Zelf de orde bewaren. Zelf beslissen wanneer je ruimte geeft en wanneer je begrenst.
Toch herken ik daarin een patroon. Regelmatig kijk ik achteraf terug op een keuze en denk ik: hoe ben ik ooit op het idee gekomen dat ik dit kon?
Om vervolgens te ontdekken dat ik het al doende leer.
Dat is wel de rode draad in mijn leven. Ik leer door te doen. Eerst ervaren, dan begrijpen. Of het nu gaat om een taal, een vak, een opleiding of een nieuwe baan.
Als kleuter zat ik eerst op droogzwemmen voordat ik naar het echte zwembad mocht. Ik herinner me nog hoe mateloos irritant ik dat vond. Liggen op een bankje en zwembewegingen maken zonder water. Ik wilde niet oefenen op het droge. Ik wilde het zwembad in. De sprong wagen in het water..
Dat gaat niet altijd goed. Er zijn dingen die niet bij me passen en dingen waar ik minder talent voor heb dan ik had gehoopt. Maar veel vaker ontdek ik onderweg dat ik meer kan leren dan ik vooraf dacht.
Ook het onderwijs past in dat rijtje.
Wat ik dit jaar ontdekte, is dat er een wereld schuilgaat achter woorden als pedagogiek en didactiek. Ik had vooraf niet gedacht dat ik die vakken zo in mijn hart zou sluiten. Maar juist daar vond ik taal voor wat ik in de praktijk meemaakte. Waarom sommige lessen vliegen en andere vastlopen. Waarom leerlingen doen wat ze doen. En waarom ik doe wat ik doe.
Want er waren elke week wel momenten waarop ik met een steen in mijn maag naar mijn werk reed.
Niet vanwege de inhoud. Die vind ik nog steeds prachtig. Waar krijg je de kans om met jongeren te praten over geluk, vrijheid, kwaad, geloof, liefde, dood en de vraag wat een goed leven eigenlijk is?
De steen zat hem ergens anders in.
In de klas waar het voortdurend onrustig was. Waar leerlingen opstonden terwijl ik nog aan het praten was. Waar er steeds weer iemand naar het toilet moest, water wilde halen of gewoon weg wilde. In de momenten waarop ik dacht: waarom lukt het me niet om deze groep mee te krijgen?
Juist daar begon het leren.
De opleiding hielp me om anders te kijken. Niet alleen naar leerlingen, maar ook naar mezelf.
Ik ontdekte hoeveel energie ik stop in verbinding maken. Hoe graag ik wil begrijpen wat er achter gedrag zit. Hoe snel ik geneigd ben ruimte te geven. Mooie eigenschappen, maar niet altijd behulpzaam in een klaslokaal. Leerlingen hebben vaak meer aan een duidelijke grens dan aan een goed gesprek.
Veel van wat ik leerde, leerde ik van de leerlingen die me de onbarmhartigste spiegel voorhielden.
Van de jongen die zo ongedurig is dat hij nauwelijks een minuut stil kan zitten. Die me dwong om mijn lessen actiever en afwisselender te maken.
Van de leerling die voortdurend heen en weer geslingerd wordt tussen mee willen doen en de boel verstoren. Die me liet zien hoe ingewikkeld volwassen worden is.
Elke ontmoeting bracht me iets nieuws. Niet uit een boek, maar uit de praktijk van alledag.
Terwijl dit schooljaar op zijn einde loopt, ben ik in gedachten al bezig met volgend jaar. Met het boek Regie in de Klas van Bennett. Met routines, verwachtingen en consequenties. Met de vraag hoe ik meer orde, rust en duidelijkheid kan creëren, zodat er meer ruimte ontstaat voor wat ik het liefste doe: leerlingen helpen nadenken over zichzelf en de wereld waarin ze leven.
Ik hoop dat het lukt.
Niet omdat ik denk dat ik er dan ben. Maar omdat ik merk dat groei in het onderwijs begint op de plek waar je vastloopt.
En als ik één ding heb geleerd in deze twee jaar, dan is het dat onderwijs niet alleen gaat over de ontwikkeling van leerlingen.
Ook docenten zijn voortdurend in wording.
Sterker nog: als ik terugkijk op dit jaar, dan zijn het niet de soepel lopende lessen die me het meest hebben gevormd. Het zijn de leerlingen die me uitdaagden, frustreerden, verrasten en tot wanhoop dreven. De leerlingen die me dwongen scherper te kijken, beter te luisteren en opnieuw na te denken over wat goed onderwijs eigenlijk is.
Vooral de havo-klassen zijn daarin de afgelopen twee jaar het pittigst geweest. Juist daar liep ik het vaakst vast, twijfelde ik het meest aan mezelf en moest ik het hardst werken aan mijn pedagogisch en didactisch handelen. En toch ligt daar ook wel mijn grootste liefde. Omdat het in die klassen zo ontzettend gaat om de relatie. Om gezien worden, vertrouwen opbouwen, opnieuw beginnen na een mislukte les en blijven investeren, ook als het niet vanzelf gaat.
Goed onderwijs ontstaat niet doordat alles soepel verloopt, maar doordat je bereid bent te blijven leren. Juist op de momenten dat het schuurt. Juist bij de leerlingen die je uitdagen om opnieuw te kijken naar jezelf, je lessen en je verwachtingen.
Na de zomer blijf ik dan ook in het onderwijs werken. Tegelijkertijd blijf ik actief als geestelijk verzorger binnen mijn eigen bedrijf Zinlab. Ik, merk hoe goed de twee beroepen bij elkaar passen. De vragen die ik tegenkom in gesprekken over zingeving, verlies en identiteit klinken ook door in het klaslokaal. En de ervaringen die ik opdoe met jongeren verdiepen weer mijn lessen aan zorgprofessionals.
Dat is wel de mooiste opbrengst van deze twee jaar: dat ik niet alleen heb ontdekt wat voor docent ik wil zijn, maar ook hoe deze verschillende rollen elkaar kunnen versterken.
Dat is de mooiste les die de leerlingen mij hebben gegeven: blijven staan, juist als ik niet durf. En zo de grens verleggen.
Karin Seijdell is geestelijk verzorger en sinds 2025 zij-instromer aan de Radboud Docentenacademie. Ze combineert haar werk als geestelijk verzorger met haar baan als docent levensbeschouwing op het Van Maerlantlyceum in Eindhoven. Dit schooljaar deed ze in enkele blogs verslag van haar ervaringen als leraar levensbeschouwing. Ook volgend schooljaar schrijft ze enkele malen over haar lespraktijk.