Zin in kunst: schrijver Martijn Simons
Schrijver Martijn Simons: “Het fascineert me dat iedereen een andere kijk heeft op dezelfde gebeurtenis”
In deze rubriek besteden we aandacht aan de vraag hoe kunst een verrijking kan zijn voor ons vak. Dat doen we door in gesprek te gaan met onder meer schrijvers, beeldend kunstenaars en theatermakers.
Martijn Simons is schrijver en leraar Nederlands in Rotterdam. Hij schreef romans voor jeugd en volwassenen, zoals het in april verschenen Beste meneer Simons door Thomas Rap. Het is een briefwisseling van Martijn met leerlingen over de grote thema’s in het leven. Waar raken zingeving en kunst volgens hem aan elkaar?
Wat is de belangrijkste drijfveer om te schrijven?
“Eerst is er gewoon een gevoel van noodzaak om iets te maken. Die drijfveer ontstaat in ieder geval voor mij achteraf pas. Bij mijn voorlaatste boek Heidelberg was het vertrekpunt heel duidelijk biografisch: mijn broertje dat overleden is. Ik wilde een boek schrijven over hoe een gezin daarmee omgaat. Omdat ik dat op dat moment heel graag wilde begrijpen en van verschillende kanten wilde laten zien. Dat boek wordt verteld vanuit de vader, de moeder en de kinderen.
In De Hollandse droom wilde ik schrijven over hoe mijn blik op de wereld en op Nederland is veranderd als gevolg van het feit dat ik een relatie heb gekregen en inmiddels getrouwd ben met een vrouw met een Marokkaanse achtergrond. Een idee moet in ieder geval de belofte in zich dragen, dat het ook op verhaalniveau iets interessants op kan leveren, want ik schrijf best wel plotgedreven boeken. Ik ben er inmiddels achter, dat schrijven voor mij werkt als een manier om de dingen die in mij zitten te ordenen, om orde in de chaos te scheppen.”
Welke rol speelde kunst in jouw leven op de middelbare school?
“Het schrijven begon bij mij aan het einde van de middelbare school. Toen ik 16 was, begon ik veel te lezen en interesse te krijgen in hoe literatuur werkt. Ik vond het ook interessant om daar zelf mee te experimenteren. We werden bij ons thuis in de vakanties en weekenden meegenomen naar cultuur en theater. Daardoor wisten mijn broertjes en ik wel op vrij jonge leeftijd wat er allemaal was. Het helpt dat je het zelf niet allemaal hoeft te ontdekken als je wat ouder bent. Toen ik Nederlands wilde gaan studeren en de ambitie had om te gaan schrijven, werd echt niet gezegd door mijn ouders: ‘Is dat wel een toekomst met economisch perspectief?’ Het was in orde. Dat is natuurlijk een vorm van privilege. Ik heb niet hoeven opboksen of vechten tegen verwachtingen.”
Over welke thema’s wil je je lezers graag laten nadenken?
“Ik denk voornamelijk namelijk over de dynamiek in een gezin. Waarom gedragen mensen zich zoals ze zich gedragen? Waarom is het vaak zo’n gedoe in gezinnen? Niet dat het allemaal zwaar en ellende is. Maar het fascineert me, dat iedereen een andere kijk heeft op dezelfde gebeurtenis. Dat iedereen andere herinneringen overhoudt aan dezelfde dingen. En dat de manier waarop je gevormd bent tegelijkertijd heel erg hetzelfde en heel erg verschillend is.”
Wat betekent zingeving voor jou?
“Voor mij gaat zingeving heel erg over je verbonden weten met de wereld om je heen. Het gaat om je bewust zijn van je plek en begrijpen dat je deel uitmaakt van het grote geheel. Ik vond het bij mijn nieuwe boek zo opvallend. Dat mijn leerlingen zich daar zo bewust van zijn en daarover nadenken. Ik kan me herinneren dat ik dat op hun leeftijd nog niet deed.”
Wat geeft zin?
“Schrijven is een heel particuliere aangelegenheid. Mensen kunnen iets aan je werk hebben. Maar het zijn mijn obsessies en thema’s. Mensen hebben niet gevraagd of ik die dingen op wil schrijven. Mijn schrijverschap verhoudt zich heel beperkt tot de wereld, terwijl onderwijs zich heel de tijd verbindt met de wereld en met anderen. Ik krijg regelmatig de vraag: ‘Wat zou je liever doen, schrijven of lesgeven?’ Het is voor mij al lang geen keuze meer. Ik wil het allebei doen. Ik heb dat lesgeven nodig om niet onthecht te raken. En ik heb het schrijven nodig om te ordenen. Schrijven en lesgeven is voor mij allebei zingeving, maar op een andere schaal.”
Hoe komt zingeving aan de orde in je boeken?
“In mijn laatste roman, Het einde van de wereld zoals we die kennen, is het heel duidelijk. De tagline van het boek is: op basaal niveau zijn er eigenlijk geen zingevingsvraagstukken meer over. Alles is al ingevuld. Hoe moet je in deze wereld, die in dat opzicht al af is, zin geven aan je leven? Het was niet bedoeld als een boek over zingeving. Achteraf bleek het dat wel te zijn, omdat elk van de personages een antwoord moet geven op de vraag wat voor hen een betekenisvol leven is.”
Wat herinner je je van het vak levensbeschouwing, als je het vroeger had?
“Ik ging naar een – in naam – christelijke school in Utrecht. Wij hadden in de eerste klas godsdienst. Dat was een soort ‘VPRO-godsdienst’. De man die het gaf, werkte ook in GGZ-instellingen en was dominee van huis uit. We bespraken alle godsdiensten en de Bijbel. Maar we kregen ook veel gastsprekers, bijvoorbeeld mormonen en ex-delinquenten. We zijn ook een avond naar Jomanda in Nieuwegein gegaan. Ik kan me dat nog heel goed herinneren. Ook anderen die ik er later naar vroeg, wisten het nog allemaal.”
Over welke levensles zou je weleens les willen geven?
“Ik zou iets willen doen met de vraag wat een betekenisvol leven is, zowel voor jezelf als in groter verband. Dat is iets waar ik zelf de laatste jaren meer het belang van ben gaan inzien. Het komt ook door de briefwisseling in mijn nieuwe boek.”
De vorige deelnemer aan deze rubriek, cabaretier Piet van Eeghen, liet twee vragen voor je achter. Waar schaam jij je voor en over welk onderwerp durf je nu nog niet te schrijven?
“Ik durf niet te zeggen dat er een onderwerp is dat ik nu nog niet aanpak. Bij een roman kun je je er altijd achter verschuilen dat er ‘roman’ op de omslag staat. In die zin zijn er veel minder taboes en schaamte. Als het lastig voelt om erover te schrijven, dan is dat voor mij juist het teken dat ik op de goede weg ben. Persoonlijke dingen hebben wel altijd een soort incubatietijd nodig voordat ik erover ga schrijven. Over onderwijs heb ik pas durven schrijven na een jaar of vijf onderwijservaring. En ik ben ook pas later gaan schrijven over het overlijden van mijn broer. Ik heb ook geschreven over mijn overgrootvader die bij de SS diende. Toen ik nog werkte aan mijn eerste boek, gaf mijn oma me een stapeltje kopietjes uit Nationaal Archief. Zo van: ‘jij bent nu schrijver en dit is het verhaal van mijn vader’. En daar moet je dan maar eens iets mee doen. Dat heb ik jaren laten liggen, totdat zich een idee aandiende.”
De volgende deelnemer is Frank Vander linden, zanger van de Vlaamse rockband De Mens. Welke vraag zou je hem willen stellen?
“Welke andere kunstvorm zou je willen kunnen beheersen en waarom?”
Meer over het werk van Martijn vind je op OVG Management. In de zomernieuwsbrief 2026 vind je het interview met Frank Vander linden en een bespreking van het nieuwe boek van Martijn.
foto: Keke Keukelaar