Zin in kunst: schrijver en zanger Frank Vander linden

“Het is een heel slecht idee om een liedje te schrijven dat de waarheid over iets wil zeggen”

In de interviewrubriek Zin in kunst spreken we kunstenaars. We vragen hun hoe zingeving in hun werk aan de orde komt. Frank Vander linden is zanger van De Mens en maakt solowerk. Hij is verantwoordelijk voor de teksten, die raken aan kleine en grotere bestaansvragen. Tekst is er voor hem vooral voor de luisteraar. “Tekst is wat ons onderscheidt van onmondige dieren, je zegt een woord, ik zeg het ook en we hebben iets te vieren,” schreef hij in het lied Tekst op de jongste plaat van De Mens. 

Wat drijft je om muziek te maken?

‘Ik maak muziek omdat ik die drang heb. Die had ik ook al toen ik nog helemaal niet dacht dat ik daarmee mijn leven kon maken. Het is bij mij een beetje vreemd gegaan. Als kind en jongeman had ik nooit de ambitie om beroepsmuzikant te worden. Omdat dat een absurde ambitie leek. Dat zou voor mij hetzelfde geweest zijn als er naar verlangen om doelman te worden bij Real Madrid. Dat had te maken met dat ik nogal naïef opgroeide over muziek maken. Ik had niemand in mijn familie die dat ook deed. En ik kende niemand die daarvan zijn beroep maakte. Ik had wel een ambitie die wél min of meer haalbaar leek. Dat was: muziekjournalist worden. Mijn idool was Marc Didden, die in Humo bijna eigenhandig de muziekbladzijden volschreef met een heel rock-‘n-roll-achtige stijl. Ik keek daar geweldig naar op. Dat wilde ik ook doen. Ik ben na de universiteit interviews en recensies gaan schrijven voor onder andere Humo en Knack. In mijn laatste jaar bij Humo kwam iemand opnieuw in mijn leven die de muziekambitie, die daar ergens heel ver in een hoekje, zat nog eens aanzwengelde. Dat was Michel De Coster. Dat is de bassist van De Mens. Hem ken ik als sedert mijn zevende. Hij zei: ‘We gaan het nog eens één keer proberen met onze muziek, want het is toch te goed om weg te gooien!’ Ik had op de universiteit met hem in bandjes gespeeld zonder ambitie. Ik had altijd in het Engels geschreven. Dat doe je omdat je denkt dat dat zo moet. Ik dacht Nederlands niet cool was. Maar Ik had als journalist veel contact met bands als Gorki, The Scene en Tröckener Kecks, en die bewezen dat het wel kon.  Als ik terugkijk, was het heel dom dat ik pas zo laat in mijn leven die kant ben opgegaan. Het heeft bij mij even moeten opbouwen. Andere mensen komen direct al met het juiste en bij mij ging dat traag. Door later te zijn, is het wel beter onderbouwd, hoop ik dan. Terugkijkend denk ik wel dat dat echt nodig was.’

‘Ik wil er niet te mystiek over doen, maar de muziek komt vaak met betekenis onder de arm.’

> Welke rol speelde kunst in jouw leven op de middelbare school?

‘Ik was er sowieso mee bezig. Ik las veel, Charles Bukowski, Kurt Vonnegut, Jan Wolkers, Jeroen Brouwers en de Bob Evers-jeugdboeken van Willy van der Heijde. Voor mij was dat evident. Maar ik was vooral consument. Om de volgende stap te zetten, te schrijven en muziek te gaan maken, daar was ik gewoon te bang voor. Ik moest eerst levenservaring krijgen. Het was, later, ook een beetje raar, omdat ik ook muziekjournalist was. Als je recensies schrijft over platen van muzikanten die allemaal veel rijper zijn, moet je toch doen alsof jij dat mag beoordelen. Niet twijfelen, een oordeel vellen en dat zo goed mogelijk opschrijven. Ik ben heel blij dat ik dat niet meer moet doen. Dat beoordelende, iemand zijn die het allemaal wel weet, dat past echt niet bij mijn karakter. En oké, dat inzicht is op zich wel een normale evolutie met ouder worden. En natuurlijk hielp mij dat toen ik als muzikant aan de andere kant van de barrière kwam te staan. Als muzikant krijg je automatisch dat idee van: Ik weet eigenlijk niks, ik doe maar wat, en ook anderen doen maar wat. Enfin, zo is dat mij toch (lacht). Sommigen kunnen wel de indruk geven dat ze heel goed weten wat ze doen. En sommigen wéten heel goed wat ze doen. Maar voor mij is denken alles te weten is niet de beste invalshoek. Het is een deel van het artiest zijn: die twijfel aan jezelf en aan de dingen die je maakt. Voor mij werkt het het ook best om dingen te maken in tegenspraak. Het maken van de platen van De Mens gebeurt altijd in een soort prettige discussie. Ook met soloplaten hecht ik heel veel aan de input van andere mensen. Dat kan de opnametechnicus zijn. Dat kan een poetsvrouw zijn. Iemand aan wie ik een liedje voorspeel. Ik houd heel erg van die feedback. Ik hou heel erg van optreden en liedjes uittesten. Ik vind dat voor mij de beste methode.’

Welke boodschap hebben je teksten?

‘Het gaat over wat de luisteraar erin hoort. Dat vind ik zelf het mooiste aan muziek. Het wordt wel gemaakt door hopelijk iemand die zo zijn diepe gedachten kan hebben. Maar als het goed is, gaat een lied over degene die er naar luistert. Dat klinkt genereuzer dan het is. Voor mij werkt muziek gewoon het beste als je er veel van jezelf in kan steken, maar het toch zo maakt dat het iets universeels kan hebben. De kunst is dat te verklanken in woorden die heel eenvoudig zijn, of die zelfs heel dagelijks of banaal zijn. En dat je daar als luisteraar dan toch je eigen verhaal uit kan construeren. Ik heb Leonard Cohen bij een interview dat ik met hem had eens horen zeggen: “If you write about Love, History, Eternity (met hoofdletters), it’s gonna come out as chicken shit. But if you write about chicken shit and you do it right, it’s gonna say things about love, history, eternity.” Het is een heel slecht idee om een liedje te schrijven dat de waarheid over iets wil zeggen. Ik ga nooit zitten met de gedachte: Nu ga ik eens wat waarheden aan de wereld toevoegen. Het begint met wat gitaarakkoorden, bepaalde klanken. En dan begin ik daar woorden over te zeggen. Het is maken, het is arbeid, maar het is ook spelen. Als ik muziek speel, komen de woorden. Die combineer ik met dingen die ik al wel in een opschrijfboekje heb opgeschreven. Dat is een soort reservoir waar ik dan uit put. Het klinkt simpeler dan het is, want er moet ook altijd een beetje tijd over gaan.’

‘Zelf weet ik bij liedjes ook pas waarover ze gaan nadat ik ze geschreven heb.’

Wat betekent zingeving voor jou? Wat geeft zin?

‘Ik ben nu 63 en stilaan kan ik wel zeggen dat de oude Socrates wel gelijk had: het enige wat ik zeker weet, is dat ik niets weet. Maar tegelijk moet het niet beletten te willen weten. Mijn persoonlijke filosofie heeft heel veel met persoonlijke vrijheid te maken. Het is zoals ze zeggen: Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. Dat is niet zeggen: ‘Iedereen doet maar wat.’ Nee, dat is zeggen: ‘Dat je je karakter, waar dat ook ontstaan is, moet volgen en dan zo goed mogelijk voor jezelf moet doen. Omdat je alleen op die manier ook goed kan doen voor de ander. Ik vind het belangrijk dat je een persoonlijke loyaliteit hebt die dieper gaat dan regeltjes volgen. Ik denk dat je leven pas zin kan hebben als je iets aan andere mensen kan geven.’

Hoe komt zingeving aan de orde in je teksten?

‘Als ik zeg waarover een lied gaat, zeg ik er ook meteen bij dat dat maar één mogelijke duiding is. Zelf weet ik bij liedjes ook pas waarover ze gaan nadat ik ze geschreven heb. Nick Cave zei eens: ‘Ik schrijf om te weten te komen wat ik te vertellen heb.’ Daar ben ik het mee eens. En ik wil er niet naïef over doen. Als ik iets aan het maken ben en er komt ergens een filosofische gedachte in, dan wil ik er niet flauw over doen, die is er dan wel. Maar toch heb ik het gevoel dat het liedje mij pas als het af is of zelfs pas als ik er mee ga optreden hele verhaal vertelt. Veel van die liedjes kun je toch wel terugbrengen tot: Waarom leven we? Ik bewaak om geen al te diepe gedachte te hebben voor ik er aan begin. Want dan ga je gewoon saaie dingen schrijven. Dan wordt het chicken shit. In het maken van zo’n liedje zitten zowel heel bewuste dingen als onbewustere dingen. Ik wil er niet te mystiek over doen, maar de muziek komt vaak met betekenis onder de arm. Dat vind ik prettig aan muziek maken. Schrijven is bij mij iets heel lichamelijks. Het gaat erom wat komt zijn werk te laten doen. Dat merk ik als ik ga neerzitten om iets te schrijven. Dan komen er maar een paar woorden die ik kan gebruiken. Maar wat beter werkt is na een repetitie of een concert van een andere band naar huis rijden. Met je oren overladen met decibels, is mijn ervaring, krijg ik het meest ideeën voor woorden of zelfs melodieën. Het ontstaat gedeeltelijk toevallig, maar je bent ook de persoon die die woorden redigeert en zegt: ‘Die wel en die niet.’ Het is een voortdurende wisselwerking tussen een redelijk naïeve staat en een staat van iemand die wel ongeveer weet wat nodig is.’

Wat herinner je je van het vak LG?

‘Toen ik op school zat, heette dat vak zedenleer. Dat ging veel over moraal. Het waren de jaren zeventig. Ik zat op een staatsschool. Daar werd het als een soort alternatief voor de godsdienstlessen voorgesteld, maar het was eigenlijk hetzelfde. Ik denk dat er aan zo’n vak helemaal niets verkeerds is. Op school heb ik ook wel wat lessen over godsdienst gehad. Daarvan herinner ik mij vooral de plaatjes van een hele mooie Jezus en Maria in blauw gewaad. Maar ik denk niet dat ik daar nog veel van over gehouden heb. Ik ben van thuis uit ook helemaal niet gelovig opgevoed. Zelfs eerder areligieus of bijna anti. Daarom waren die lessen zedenleer wel belangrijk om mijn identiteit te bepalen. Levensbeschouwing is daarna altijd een hobby geweest. Ik heb altijd veel filosofie- en how-to boeken in  de mentale sfeer gelezen. Het nadenken over hoe je het best in het leven staat, dat is mij niet vreemd.’

Over welke levensles zou je eens les willen geven?

‘Ik zou het liefst eerst luisteren naar die mensen. Dat doe ik ook als ik heel af en toe een workshop songschrijven geef. Ook daar wil ik eerst luisteren naar wat er in die mensen zit en daar dan eventueel iets over zeggen. Ik kan altijd beter reageren dan ageren. Ik zou vragen: ‘Wie ben je, wat drijft jou?’ Of als je dat nog niet weet, wat vaak bij jonge mensen zo is: ‘Wat maakt je blij, hoe sta je tegenover de ander?’ Ik vind dialoog nog altijd de beste manier van lesgeven. Ik heb laatst het boek The courage to be disliked gelezen van Ichiro Kishimi. Dat boek is exact zoals een dialoog van Socrates en Plato opgebouwd. Ook een jongeman die wijsheid komt halen bij een oudere man, maar waarbij die oudere man al van het begin zegt: ‘Ik weet ook niet precies hoe het zit, maar laten we maar beginnen praten en dan komen er wel dingen.’ Nu kan je zeggen dat dat een beetje een hypocriete vorm is, want het is nog altijd zo dat die oudere man wel de wijze is, maar op een of andere manier is het voor mij altijd prettiger als het een soort samenwerking is.’

Schrijver Martijn Simons was de vorige deelnemer aan deze rubriek. Hij liet deze vraag achter: Welke andere kunstvorm zou je willen kunnen beheersen en waarom?

‘Toen ik journalist was, was ik altijd heel jaloers op de fotografen die soms meekwamen, omdat die zich op een of andere manier toch meer op de vlakte konden houden. Als schrijver, zelfs als je een interview uitschrijft, ben je altijd op een of andere manier verplicht een standpunt in te nemen. Het is altijd gekleurd door jou als schrijver, omdat het langs je geest passeert. Als fotograaf kan je eigenlijk een foto maken die alles kan betekenen. Een foto betekent wat de kijker erin ziet. Als fotograaf kan je een foto van iemand maken waarin je eigenlijk alles kan lezen.’

Cabaretier Ayoub Kharkhach is volgende deelnemer aan deze rubriek. Wat zou je hem willen vragen?

‘Ik vraag mij af – en die vraag stel ik ook graag aan andere mensen – in hoeverre speelt het publiek een rol in wat je doet? Zijn optredens op vrijdagavond heel erg verschillend van optredens op zaterdagavond? Op vrijdagavond moet je het optreden korter maken, want mensen komen moe van hun werk en zakken weg in hun stoel. Op zaterdag zijn mensen meer uitgerust en klaar voor een avondje uit. Dus mijn vraag zou zijn: in hoeverre laat jij je beïnvloeden door het publiek en de context waarin je optreedt? In hoeverre speelt de gemoedstoestand van het publiek een rol in wat je doet op een podium?’

Het interview met Ayoub Kharkhach lees je in Narthex 2026.3.

Meer informatie over De Mens vind je op www.demens.be. Meer informatie over het solowerk van Frank is te vinden op www.frankvanderlinden.be.

foto: Guy Kokken

In gesprek

Zin in kunst: schrijver Martijn Simons

Zin in kunst: cabaretier Piet van Eeghen

De lespraktijk van Tina De Bisschop en Djarno Wiegman

De lespraktijk van Gonnie Zuidema en Vera Zonnebeld

De lespraktijk van Marietje Beemsterboer en Kim Dusch

De lespraktijk van Cok Bakker

De lespraktijk van Steven Velthuis

De lespraktijk van Gemme Burger

Terugblikken en vooruitkijken: Het gaat om het gesprek met elkaar

Terugblikken en vooruitkijken: De aandacht voor zingeving neemt overduidelijk toe

Terugblikken en vooruitkijken: Ons vak mag echt anders zijn

Terugblikken en vooruitkijken: Zingend het nieuwe jaar in

De lespraktijk van Hannie Hoefnagels

De lespraktijk van Barbara Schelberg

De lespraktijk van Kevin Reuter

De lespraktijk van Marloes Zeeman

De lespraktijk van Pauline Kraakman-Lokhorst

De lespraktijk van Doretta Hagoort

De lespraktijk van Jorrit Haarman

De lespraktijk van Pieter Snel