1685478702027

De lespraktijk van Jorrit Haarman

Op onze website publiceren we regelmatig een kijkje in de keuken van het vak bij een collega. We stellen steeds dezelfde zeven vragen die gaan over wie je bent, waarom je het vak koos, wat je inspireert, wat je trots maakt in het werk, wat je onderzoekt, wat de VDLG jou biedt en wat je collega’s binnen de VDLG kan bieden vanuit jouw expertise.  

Wie ben je, waar werk je en welke werkzaamheden doe je?

‘Ik ben Jorrit Haarman. Ik geef GLV, godsdienst/levensbeschouwelijke vorming, bij Gymnasium Beyers Naudé in Leeuwarden. Ik ben mentor van klas 1. Ik ben ook opgeleid als geestelijk verzorger en vanuit die achtergrond ben ik ook lid van het zorgteam. Ik voer waar nodig gesprekken met leerlingen die bijvoorbeeld een ingewikkelde thuissituatie hebben of die te maken hebben met identiteit. Dat laatste betekent dat er altijd wel een paar vrij complexe situaties zijn die je bezighouden. Ook buiten mijn werk kan ik me wel eens afvragen: Hoe zou het zijn met die leerling en met die leerling? Ook maak ik deel uit van de identiteitscommissie. Wij zorgen ervoor dat de vieringen worden georganiseerd en dat er een identiteitsmiddag voor collega’s is.

Bij de werkvorm levensvragen-menu krijgen de leerlingen een menukaart die eruit ziet zoals in een restaurant en moeten ze een voorgerecht kiezen, een simpele vraag, en een hoofdgerecht waar wat langer op gekauwd moet worden, en een toetje.”

Leerlingen volgen het vak tot en met klas 5. In klas 6 hebben de leerlingen het vak niet. We maken gebruik van methodes, maar ik merk steeds meer dat ik niet het hele schooljaar met die methode wil vullen als ik kijk naar wat ik belangrijk vind.

In de onderbouw maken we kennis met het vak. Dan behandelen we christendom en jodendom en hebben we het over wat levensvragen zijn en hoe die in alle religies voorkomen. Werkvormen die ik gebruik zijn een levensvragen-bingo en een levensvragen-menu. Bij de laatste werkvorm krijgen de leerlingen een menukaart die eruit ziet zoals in een restaurant en moeten ze een voorgerecht kiezen, een simpele vraag, en een hoofdgerecht waar wat langer op gekauwd moet worden, en een toetje. Daar moeten ze dan iets over schrijven. Daar leren ze ook al nadenken en niet te snel tevreden te zijn met een antwoord. Het is kennismaken met wat meer filosofisch beredeneren, om ze alvast die vaardigheden aan te leren voor de bovenbouw.

In klas 2 leren we over islam met de methode Wegen van overgave van Thieme Meulenhoff. Daar gebruik ik bijvoorbeeld een opdracht met stellingen bij, waar ze een keuze uit maken en schrijven, onderbouwen en in debat gaan. In klas 3 komen hindoeïsme en boeddhisme aan de orde, ook met gebruikmaking van de methode Wegen van verlossing, waarna ik werk met het thema Leven met de dood en de leerlingen leren en schrijven over verschillende perspectieven op leven en dood. 

In klas 4 gaat steeds meer richting: wie ben je nu zelf eigenlijk? Ik gebruik hierbij bijvoorbeeld verhaalanalyse met een joods verhaal of oudtestamentisch verhaal dat de leerlingen analyseren als een spannend verhaal, dus kijkend naar de dramatische opbouw – maar ook de deugdenethiek die erin te zien is. Ook mogen ze een essay of een spiegelverhaal schrijven. Ook besteed ik aandacht aan het thema waar ik als student gastlessen over gaf: de botsing van de grondrechten en de vraag hoe ver je mag gaan met jouw vrijheid als het iemand anders raakt. 

In klas 5 gaan de leerlingen zich richten op hun eigen levensbeschouwing en kijken we daar door verschillende lenzen naar. We kijken een film en door de film heen kijk je naar je eigen leven. Ik heb ook een vakoverstijgende Praktische Opdracht met Nederlands. De leerlingen lezen allemaal een boek en kijken ook door dat boek heen naar hun eigen leven. Ik laat mijn leerlingen een levensvisieboek maken. Hierbij gebruik ik Perspectief als methode. Het is misschien meer een bron. De methode geeft mij en leerlingen houvast, maar is soms ook beperkend. Vandaar dat ik steeds een combinatie zoek met eigen opdrachten.’

Wat heeft je doen kiezen voor het vak?

‘Ik dacht eerst dat ik filosofie zou gaan studeren. Toen kwam ik op de open dag en toen dacht ik: dat past toch minder bij mij. Ik zat dat in Groningen ook de studie religiewetenschappen bestond. Dat vond ik heel leuk omdat het heel multidisciplinair is. Er zat van alles in: antropologie, psychologie, politiek, geschiedenis. Tijdens de studie ben ik voor de Scholierenacademie van de RUG gaan werken. De Scholierenacademie bereidde middelbare scholieren voor op hoger onderwijs. Ik ben toen gastlessen gaan geven, die heetten Wetenschapsdates. Hierbij ga je een gastles geven op een school over een onderwerp waar je zelf onderzoek naar hebt gedaan of waar je vakken over hebt gehad. Ik had een les over hate speech gemaakt. Het ging vooral over de vraag: waar ligt de grens van je vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst? Ik merkte dat ik het heel leuk vond om te doen. Vooral de discussie aangaan met de leerlingen. Niet per se debatteren over wie er nu gelijk heeft, maar meer een gesprek over de vraag: wat vinden we eigenlijk belangrijk met z’n allen? En hoe kunnen we elkaar daarin beter begrijpen? En waarom is dit eigenlijk ingewikkeld? Daar ging wel een vuurtje branden waardoor ik dacht: ja, ik vind dit toch wel heel leuk.

Ik ben eerst mijn master geestelijke verzorging gaan afronden en heb stagegelopen en kort gewerkt in de jeugdzorg. Daar voerde ik met jongeren ook gesprekken over identiteit, over wat hen bezighield, over hoe ze in de jeugdzorg terecht waren gekomen en over verlieservaringen en schuldgevoel. En ook daar merkte ik: het gesprek met jonge mensen ligt me wel.’

“Door met de onderwerpen van ons programma bezig te zijn, leer ik telkens ook weer meer.”

Wat is voor jou belangrijke inspiratie in je werk?

‘Waarom ik dit vak zo leuk vind om te geven, is de persoonsvorming en identiteitsvorming. Ik vind het interessant om bij onderwerpen in gesprek te gaan over de vraag: wat betekent dit voor jou in jouw leven? Het gaat niet om feiten, maar om: wat neem je hier nu mee en waar raakt het jouw leven? Dus aansluiten bij de leefwereld van leerlingen. Ik denk dat dat iets is wat ik als docent wel kan. Wat een van mijn sterkere kanten is.

Om die aansluiting te vinden, gebruik ik bijvoorbeeld muziek, vraagstukken die voor de leerlingen spelen en actualiteit. Het lesgeven is voor mij geen eenrichtingsverkeer. Door met de onderwerpen van ons programma bezig te zijn, leer ik telkens ook weer meer. Gesprekken die we voeren in de klas helpen leerlingen boven te halen wat voor een deel al in hen zit. Het is een kwestie van het tevoorschijn luisteren met z’n allen. Ik word ook een rijker mens door de gesprekken en gedachten van mijn leerlingen.’

“Ik heb geregeld zesdeklassers die nog bij me komen en zeggen: ‘Wat jammer eigenlijk dat we na klas 5 het vak niet meer hebben.’ Dat betekent dat we iets goeds doen.”

Wat zijn successen in je onderwijs waar je trots op bent?

‘Ik vind het levensvisieboek dat leerlingen maken een plezier om te doen en het gaat ook goed. Waar ik trots op ben, is dat leerlingen aan het begin denken: best vervelend, je moet het met de hand schrijven, en je moet allemaal persoonlijke dingen vertellen, over mijn familie en over wat ik heb meegemaakt. Aan het einde zijn ze eigenlijk bijna allemaal positief over hoe het gaat. Ik heb geregeld zesdeklassers die nog bij me komen en zeggen: ‘Wat jammer eigenlijk dat we na klas 5 het vak niet meer hebben, want GLV is tenminste een vak waar je voor de rest van je leven ook nog wat aan hebt.’ Dat betekent dat we iets goed doen. Leerlingen waarderen vooral de lessen waarbij ze met elkaar in gesprek gaan over onderwerpen. Ze leren zichzelf en elkaar daar een beetje kennen. Als dat lukt – dat zijn voor mij de krenten in de pap. Daar ben ik wel trots op.’

Wat is een vraagstuk of uitdaging in het vak waar je nu vooral aan werkt?

‘Ik heb sinds dit jaar een blinde leerling. Dat geeft wel uitdagingen, want al het materiaal dat je gebruikt, moet je ook vertalen naar iemand die het niet kan zien. Ik maak ook veel gebruik van beeldmateriaal. Dat dwingt me om creatief te zijn. De laatste schrijfopdracht die ik gaf bijvoorbeeld heeft zij als podcast gemaakt. Het betekent voor mij ook andere beoordelingscriteria bedenken. Het geldt ook voor de andere vakken in onze school. Al zijn wij wel een vak dat vaak visuele aspecten inzet. Het is prikkelend om te kijken: hoe ga ik dat dan doen?’

Wat betekent de VDLG voor jou, en wat zou je graag nog meer zien binnen de VDLG?

‘Ik probeer mijn kennis via de Narthex goed bij te houden. Ik doe inspiratie op bij wat anderen doen en wat ze daarover schrijven. Ik vind de studiedag altijd wel prettig, alleen al vanwege het netwerk wat je daardoor hebt. Iemand spreken van de andere kant van het land die vraagt: hoe geef jij je lessen vorm? Zulke gesprekken zijn inspirerend. Ik ben blij dat de VDLG het laatste jaar heel zichtbaar is geworden, bijvoorbeeld via veel berichten op LinkedIn. Regelmatig lees ik iets waar ik wel wat mee kan voor mijn eigen lessen. Wat interessant kan zijn om ook rondom het organiseren van vieringen het gesprek met elkaar te voeren. Ik denk dat iedereen daar in zijn of haar school wel mee te maken heeft. Het is fijn als je op de een of andere manier een keer kunt uitwisselen hoe vieringen er in onze scholen uitzien. Vieringen vormgeven is soms wel ingewikkeld, omdat een deel van de leerlingen het  belangrijk vindt en een deel van de leerlingen er helemaal niks mee heeft. Organiseer je de viering dan nog steeds voor iedereen? En als je dat doet: hoe zorg je ervoor dat de leerlingen en collega’s ook betrokken zijn? Dat zijn soms wel dingen waar ik mee worstel.’

Wat zou jij VDLG en je collega’s binnen de vereniging kunnen bieden? Waar ligt jouw expertise of kwaliteit?

Ik denk dat als je mijn leerlingen zou vragen waar ik goed in ben, dan is wel één van die dingen: dat ik zelf aantrekkelijke werkvormen, opdrachten en materiaal buiten de methode bedenk. Als ik mijn leerlingen aan het einde van hun schooltijd feedback vraag, dan noemen ze vooral wat ik zelf heb vormgegeven als activiteiten die ze boeiend vonden. Ze geven ook aan dat ik daarbij goed aansluit op hun belevingswereld. Ik vind de vraag naar die aansluiting ook heel interessant. Ik denk dat ik vooral op dat gebied anderen iets te bieden heb binnen ons vak.’

In gesprek

De lespraktijk van Doretta Hagoort

De lespraktijk van Gemme Burger

De lespraktijk van Pieter Snel

De lespraktijk van Markus Altena Davidsen

De lespraktijk van Manon Meijer en Petra van Helden

De lespraktijk van Halime Sertkaya

De lespraktijk van Younes Boudarqa

De lespraktijk van Juliëtte van Deursen-Vreeburg

De lespraktijk van Enrico van Rooij

De lespraktijk van Albert Jan Lourens

De lespraktijk van Benthe le Clercq

Terugkijken & vooruitblikken: ‘Leraren die levensbeschouwelijk thuis zijn en daar een verhaal rond hebben’

Terugblikken & vooruitkijken: ‘Hoe maken we nieuwe leraren verliefd op het vak?’

Terugblikken & vooruitkijken: ‘Het is zaak samen te zorgen voor hoge kwaliteit in ons vak’

Terugblikken & vooruitkijken: ‘Uitkijken naar de studiedag en het inspiratieboek’

Terugblikken & vooruitkijken: ‘Doen en ervaren spreekt jongeren enorm aan’ 

Terugblikken & vooruitkijken: ‘Vol vuur van start’

De lespraktijk van Patrick van Doeveren

De lespraktijk van Davina Jochems

De lespraktijk van Jan Bollemaat